Nieuws

  • Home
  • Nieuws
  • Het drama op de arbeidsmarkt kan worden voorkomen door:

ARBEIDSPARTICIPATIE 50-PLUSSERS

ARBEIDSPARTICIPATIE 50-PLUSSERS

ARBEIDSPARTICIPATIE 50-PLUSSERS

50-PLUSSERS: POSITIE OP DE ARBEIDSMARKT

Bron: CBS.

Onderstaande gegevens geven een beknopt beeld van de ontwikkelingen in de arbeidsmarktpositie van 50- plussers in Nederland. IJkpunt zijn de jaren 2008, waarin de financieel-economische crisis uitbrak, en 2014, het jaar met de meest rode cijfers. Omdat vanaf 2014 de economie een opgaande lijn vertoont, worden bovendien cijfers weergegeven uit 2016.

De Nederlandse bevolking wordt steeds ouder. Ontgroening en de gestegen levensverwachting hebben ge- leid tot vergrijzing. Dat is ook op de arbeidsmarkt zicht- baar: de werkzame beroepsbevolking is ouder geworden. Tussen 1990 en 2014 is de gemiddelde leeftijd van de werkzame beroepsbevolking met ruim 5 jaar gestegen tot bijna 42 jaar. Alleen al tussen 2008 en 2014 ging die met 1,5 jaar omhoog. De gemiddelde uittreed- leeftijd van werknemers is gestegen: van 60,9 jaar in 2003 tot 64,4 jaar in 2015. Ook de omvang van de leef- tijdsgroep 50-70 jaar in de beroepsbevolking is de afgelopen tien jaar sterk toegenomen: van 1.890.000 in 2006 naar 2.727.000 in 2016, een toename van

837.000 (+44,3%).

Het aandeel vrouwen daarin ligt nog steeds lager dan dat van mannen, maar is tussen 2006 en 2016 wel veel sterker gegroeid. Het aandeel vrouwen steeg van

759.000 naar 1.186.000, een toename van 427.000 (+56,3%). Het aandeel mannen steeg van 1.130.000 naar 1.541.000, een toename van 411.000 (+36,4%).

Ook de arbeidsdeelname van 50-70-jarigen is sterk gegroeid. Dit ondanks de economische crisis. De bruto-arbeidsparticipatie steeg van 49,3% in 2008 naar 58,5% in

  1. De netto-arbeidsparticipatie van 47,6 naar

54,8%.

Opvallend is dat de arbeidsdeelname van vrouwen in die periode sterker is gestegen dan die van mannen. Onder mannen steeg de bruto-arbeidsparticipatie van 58,3 naar 66,5% (+ 8,2%) en de netto-arbeidsparticipatie van 56,5 naar 62,8% (+ 6,1%). Onder vrouwen steeg de bruto-arbeidsparticipatie van 40,3% in 2008 naar 50,3% in 2016 (+ 10,0%) en de netto-arbeidsparticipatie

van 38,7 naar 47,2% (+ 8,5%).

De grootste stijging in arbeidsparticipatie deed zich voor in de groep 60-65-jarigen; tussen 2008 en 2016 steeg de bruto-arbeidsparticipatie in deze leeftijds- groep met 23,4%, de netto-arbeidsparticipatie met 19,8%. Ook de stijging in de leeftijdsgroep 55-60 jaar was fors: de bruto-arbeidsparticipatie steeg met 7,8%, de netto-arbeidsparticipatie met 5,7%. De stijging van de bruto-arbeidsparticipatie in de leeftijdsgroep 50-55 jaar was relatief bescheiden: 2,4%. De netto-arbeids- participatie steeg met 0,7%.

De sterk gestegen arbeidsparticipatie van 50-plussers zien we verder terug in het aandeel ouderen in de personeelssamenstelling. Van 2003 tot 2013 steeg het aan- deel werknemers van 55 jaar of ouder van 8% tot 14%. Hierin bestaan sectoraal wel grote verschillen. Vijftig- plussers zijn vooral werkzaam in de overheidssector (20%) en het onderwijs (18%). In de sectoren handel, horeca, reparatie en zakelijke dienstverlening werken relatief weinig 50-plussers.

Vergrijzing, ontgroening en de gestegen levensverwachting van de Nederlandse bevolking zijn niet de enige oorzaken van de hogere arbeidsdeelname van ouderen (en van het langer doorwerken). Daarnaast spelen de beleidsmaatregelen van de overheid en het

gestegen opleidingsniveau een belangrijke rol. Bij de beleidsmaatregelen gaat het met name om (bron OECD):

Maatregelen om werk lonender te maken; Afsluiten van vervroegde uittredingsroutes via de VUT;

Inperking van de uittreding via arbeidsongeschiktheid;

Verhoging van de AOW-leeftijd.

ZIJN 50-PLUSSERS VAKER WERKLOOS?

De hogere arbeidsdeelname van 50-plussers gaat samen met een hogere werkloosheid. Vergeleken met jongere leeftijdsgroepen is die nog relatief laag. Anno 2016 was de werkloosheid onder jongeren van 15-25 jaar (10,8%) nog steeds hoger dan die onder ouderen van 50-70 jaar (6,2%).

Inmiddels loopt als gevolg van het in 2015 ingezette economisch herstel de werkloosheid terug. Vooral in 2016 was dit zichtbaar. Tussen het eerste en het vierde kwartaal 2016 daalde de jongerenwerkloosheid (15-25 jaar) van 12,0 naar 10,1%. In dezelfde periode liep de werkloosheid onder ouderen (50-70 jaar) met 1% terug van 6,6% naar 5,6%. Deze daling zet zich in 2017 verder door.

Tussen 2008 en 2016 groeide de werkloosheid onder de groep 50 tot 70-jarigen van 3,6% naar 6,2%. Ook hier was de stijging in de groep 60-65 jaar het grootst (+ 4,6%). In 2016 lag de werkloosheid in deze leeftijds- groep op bijna 9%. Inmiddels is het tij lichtelijk gekeerd. In het vierde kwartaal 2016 is de werkloosheid onder deze leeftijdsgroep gedaald naar 8,2%.

Ook in de andere leeftijdsgroepen is die daling zicht- baar. De werkloosheid onder de groep 55-60 jaar daalde van 7% in 2015 naar 6% in 2016, die onder de groep 50-55 van bijna 6% naar 4,8%. Ouderen zijn niet vaker werkloos dan andere leeftijdsgroepen, maar ko- men wel moeilijker weer aan een baan als zij eenmaal werkloos zijn geworden. Daar ligt het grote probleem.

Werkloze ouderen profiteren daarnaast minder van het economisch herstel. Dat geldt zowel voor de kortdurende als de langdurende werkloosheid. Het CPB concludeert dan ook dat het hoge aandeel ouderen in de langdurige werkloosheid eerder een structureel dan een conjunctureel probleem is.17

SPEELT OPLEIDING EEN ROL?

Onder ouderen zijn er relatief grote verschillen in werk- loosheid naar opleidingsniveau. Bij laagopgeleiden is die het hoogst, bij hoogopgeleiden het laagst.

Onder laagopgeleiden steeg de werkloosheid tussen 2008 en 2014 van 4,2 naar 9,2% (+ 5%); onder middel- baar opgeleiden van 3,2 naar 7,8% (+ 4,6) en onder hoogopgeleiden van 3,3 naar 4,9% (+ 1,6). Onder laag- opgeleide 50-plussers groeide de werkloosheid het hardst.

Sinds 2014 is over de hele linie een daling van de werk- loosheid zichtbaar. Tussen 2014 en 2016 is de werk- loosheid onder laagopgeleide 50-plussers gedaald naar 7% (- 2,2%), onder middelbaar opgeleiden naar 6,8%

(- 1%), en onder hoogopgeleiden naar 4,7% (- 0,2%). Sinds 2014 is de werkloosheid onder laagopgeleide 50- plussers dus het sterkst gedaald.

                           

                                          

                                                                                    

                                                                                    

                                                                                                                 

                                                                                                                                             

                                                                                                                                                                          

                                                                                                                                                                          

                                                                                                                                                                          

17 CPB, Langdurige werkloosheid. Afwachten en hervormen. CPB Policy brief, 2015/11.

ZIJN VROUWEN VAKER WERKLOOS?

Ook naar sekse is er een verschil in werkloosheid: in 2016 was 5,9% van de mannelijke 50-70-jarigen werk- loos versus 6,6% van de vrouwelijke 50-70-jarigen. Ver- geleken met 2008 steeg de werkloosheid onder mannen in deze leeftijdsgroep met 2,9%, onder vrouwen met 1,9%.

Vergeleken met 2015 is de werkloosheid in 2016 onder mannelijke 50-plussers meer teruggelopen dan onder vrouwelijke 50-plussers. Onder mannen nam de werk- loosheid met 0,8% af tot 6,2%, onder vrouwen met 0,1% naar 6,6%.

In 2016 was 10,6% van de 45-55-jarigen met een niet- westerse afkomst werkloos tegen 3,9% van de autochtone 45-55-jarigen. In 2008 was dit nog 6,7 tegen 2,3%. Van de 55-65-jarigen met een niet-westerse afkomst was in 2016 11,8% werkloos tegen 6,7% van de autochtone 55-65-jarigen. In 2008 was dit nog 10,3% tegen 3,5%.

Opvallend is dat vergeleken met 2015 in 2016 de werk- loosheid onder 55-65-jarigen met een niet-westerse af- komst meer afnam (met -3,8% van 15,6% naar 11,8%) dan onder de autochtone 55-65-jarigen (met - 0,7% van 7,4% naar 6,7%).

IS ER VERSCHIL IN ETNICITEIT?

Verder is er een opvallend verschil naar etnische herkomst. Ouderen onder etnische minderheden zijn

twee- tot driemaal zo vaak werkloos als autochtone ouderen.

Onder de 45-55-jarigen daalde werkloosheid tussen 2015 en 2016 ook, maar minder snel. Onder 45-55-jari- gen met een niet-westerse afkomst liep de werkloosheid met 1,3% terug, onder autochtone 45-55-jarigen met 0,9%.

ZITTEN 50-PLUSSERS LANGER ZONDER WERK?

In 2016 waren 219.000 van de 45-75-jarigen werkloos; dat is 41% van het totaal aantal werklozen (538.000). Ruim 62% daarvan - 136.000 personen - was langdurig werkloos (12 maanden of langer). Ter vergelijking: on- der 15-25-jarigen was het percentage langdurig werklozen 14,4% (22.000 van de 152.000).

Van deze groep langdurig werkloze 45-75-jarigen zat 30,8% (42.000) 12 tot 24 maanden zonder werk, en

69,1% 24 maanden of langer (94.000).

Sinds 2014 is door het economisch herstel sprake van een daling van de werkloosheid. Ook onder ouderen is dit zichtbaar. Tussen 2014 en 2016 daalde de werkloos- heid onder 45-75-jarigen van 248.000 naar 219.000 personen. Het aandeel van deze groep in de totale werkloosheid is echter toegenomen van 37,6% naar 40,7%.

Het percentage langdurig werkloze 45-75-jarigen is niet gedaald, maar zelfs gestegen: van 56% in 2014 naar 62,1% in 2016. Ter vergelijking: het aandeel langdurig werklozen onder de leeftijdscategorie 15-25 jaar daalde van 14,9% in 2014 naar 14,5% in 2016, en onder de 25-35-jarigen van 33,3% naar 27,9%.

Het aantal langdurig werklozen in deze groep liet een ander patroon zien: tussen 2014 en 2015 een stijging van 139.000 naar 154.000 en in 2016 weer een daling naar 136.000.

DAALT HET AANTAL 50-PLUSSERS MET EEN WW- UITKERING?

Het aandeel oudere werkzoekenden met een WW-uitkering neemt al jaren toe. Dat geldt ook voor het aantal aandeel langdurig oudere werklozen. Tussen januari 2013 en februari 2016 steeg het aantal WW-uitkeringen aan 50-plussers met 46%. In 2016 is er een omslag zichtbaar: tussen februari en september 2016 nam dit aantal met 6% af.

Het aantal lopende WW-uitkeringen aan 50-plussers komt per eind oktober 2016 uit op 200.900 (het aantal personen ligt lager op 178.700, omdat sommigen meer dan één WW-uitkering hebben). Dat is 48% van het totaal aantal WW-uitkeringen (419.600). Van die 200.900 is 52% man en 48% vrouw. (Bron: UWV Barometer, november 2016)

Schrijf u in voor de nieuwsbrief

Meld u aan voor onze online nieuwsbrief en blijf op de hoogte van de laatste ontwikkelingen.
Met de online nieuwsbrief van 50+ Adviescentrum blijft u op de hoogte van onze diensten, tips voor werkgevers en werknemers en het laatste nieuws.

Vul uw naam in...
Invalid Input

Adres

Neem contact op